Korte toespraak burgemeester Falgun Binnendijk Dodenherdenking 4 mei 2026
Elk jaar op 4 mei zeggen wij tegen elkaar: opdat wij nooit vergeten.
Nooit vergeten. Vergeten. Twee woorden, die elkaar uitsluiten. En toch ligt daar precies onze opdracht. Want wij mensen zijn vergeetachtig. Mooie herinneringen willen wij vasthouden. Pijnlijke herinneringen willen wij kwijt. En toch is het goed om juist die nare herinneringen niet los te laten. Want soms zit daar de scherpste les voor het leven. Wie zich als kind brandt aan een hete pan, vergeet dat niet meer. De huid onthoudt. Het lichaam onthoudt. En dat is maar goed ook. Zo werkt ook ons collectieve brein.
Het nieuwe verhaal verdringt het oude. Wij vergeten wat was. Het ongemakkelijke raakt bedolven onder het dragelijke.
Sociologen noemen dat sociale verdringing. De oorlog. Het antisemitisme. De haat. De onverdraagzaamheid. De collaboratie. Het zijn de hoofdstukken die langzaam wegglijden uit ons gezamenlijk geheugen. Niet omdat zij minder belangrijk zijn. Maar omdat zij ons ongemakkelijk maken.
Daarom hebben wij ankerpunten nodig. Monumenten van steen. Herdenkingen als deze. Archieven. Ceremonies. Een minuut stilte. Het zijn de externe geheugensteunen van een samenleving. Verdwijnt het anker, dan drijft de herinnering weg. En precies dat maakt het wegvallen van de laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog niet alleen een demografisch breekpunt, maar ook een breuk in de overlevering. Want hoe onthoud je iets dat je zelf niet hebt meegemaakt? Hoe herinner je je een gezicht dat je nooit hebt gezien? Een stem die je nooit hebt gehoord? Een angst die niet de jouwe was?
Dan moeten wij samen zo dicht mogelijk bij de bron komen. Om de geschiedenis te leren begrijpen, zoals het jaarthema luidt. Ooggetuigenverhalen. De laatste mensen die ons, uit eerste hand, kunnen meenemen in onze eigen geschiedenis. Om ons collectieve geheugen levend te houden. Omdat wij het onszelf niet kunnen herinneren. Wij zijn verantwoordelijk voor dat geheugen. Niet de ander. Niet hij. Niet zij. Wij. Het is aan ons. Om te luisteren. Om te leren. Om onze hand niet tweemaal aan dezelfde pan te branden. Daarom luisteren wij vanavond. Daarom luisteren wij naar hem die er was.
Graag geef ik het woord aan meneer Blik. Een getuige van de oorlog. Zijn verhaal. Onze collectieve geschiedenis. Opdat wij nooit vergeten.